Nieuwe vergoeding houdt oudere werknemers langer aan het werk

05/02/2018

Een oudere werknemer die loonverlies lijdt omdat zijn werklast verlicht wordt, kan vanaf 1 januari 2018 een aanvullende vergoeding krijgen die vrijgesteld is van socialezekerheidsbijdragen. Het nieuw koninklijk besluit van 9 januari maakt dit mogelijk.

De overheid creëert de nieuwe mogelijkheid om 58-plussers te stimuleren langer te blijven werken. Deze aanvullende vergoeding moet wel voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden. Enkel dan moeten noch de werkgever, noch de werknemer RSZ-bijdragen betalen:

  • De aanvullende vergoeding kan toegekend worden aan werknemers van minstens 58 jaar die  overschakelen naar aangepast lichter werk, en daardoor loonverlies  lijden. Bij de omschakeling van voltijdse naar een 4/5de tewerkstelling, moet de werknemer minimaal 60 jaar zijn.
  • De vergoeding moet vastgesteld worden in een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Is er geen sectorale cao, dan kan dit via een ondernemings-cao of een wijziging van het arbeidsreglement.
  • Het bedrag van de aanvullende vergoeding mag niet groter zijn dan het loonverlies én mag er evenmin voor zorgen dat het nieuwe nettoloon hoger is dan voor de omschakeling.
  • Het Fonds voor Bestaanszekerheid of de werkgever moet de aanvullende vergoeding betalen.
  • De cao of het arbeidsreglement moet de maatregelen vastleggen die in het kader van de omschakeling van ploegen- en nachtarbeid of van de verlichting van de werklast  recht geven op de aanvullende vergoeding. De werknemer moet minimaal een effectieve 4/5de tewerkstelling behouden.
  • Voor  ondernemingen die meer dan 20 werknemers tewerkstellen, moet de cao of de wijziging van het arbeidsreglement gebeuren in toepassing van cao nr. 104. Dat is de NAR-cao die het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers regelt. Een werkgever die maximaal 20 werknemers tewerkstelt, moet geen werkgelegenheidsplan opstellen.
  • De vergoeding moet geïndexeerd worden zoals de lonen in de onderneming.
Sitemap