Nieuwe opzegtermijnen voor medewerkers bouwsector vanaf 2018

03/10/2017

Het Eenheidsstatuut zorgde voor gelijke opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden. Voor een aantal sectoren werden evenwel tijdelijke of definitieve uitzonderingsregimes ingevoerd. Het Grondwettelijk Hof beschouwde de definitieve uitzonderingstermijnen voor de bouwsector echter als discriminerend. Vanaf 1 januari 2018 moet deze discriminatie weggewerkt zijn.

Voor wie gelden vanaf 2018 nieuwe opzegtermijnen?

Er is maar 1 categorie werknemers voor wie nog afwijkende opzegtermijnen worden toegepast en dit zijn de arbeiders in de bouwsector die tewerkgesteld worden op tijdelijke en mobiele werkplaatsen. Voor deze groep arbeiders zullen er vanaf 2018 dus langere opzegtermijnen gelden.

Scharnierdatum op 1 januari 2014

Voor arbeiders die in dienst zijn gekomen vanaf 1 januari 2014 wordt de opzegtermijn vanaf 1 januari 2018 volledig berekend op basis van de nieuwe opzegtermijnen. Voor hen maken de opzegtermijnen op die datum een grote sprong. Er is geen geleidelijke opbouw naar langere opzegtermijnen.

Voor arbeiders die in dienst kwamen vóór 1 januari 2014 is de opzegtermijn samengesteld uit 2 delen:

  • Deel 1: opzeg op basis van anciënniteit vóór 1 januari 2014 met oude opzegtermijn
  • Deel 2: opzeg op basis van anciënniteit vanaf 1 januari 2014 met nieuwe opzegtermijn.

Tabellen – huidige en nieuwe opzeggingstermijnen

De huidige opzegtermijnen PC 124 vindt u terug op de website van de FOD Waso
Nieuwe opzegtermijnen PC 124:

Nieuwe opzegtermijnen

Anciënniteit

Opzegtermijn door werkgever

Opzegtermijn door werknemer

< 3 maanden

2 weken

1 week

3 – 6 maanden

4 weken

2 weken

6 – 9 maanden

6 weken

3 weken

9 - 12 maanden

7 weken

3 weken

12 – 15 maanden

8 weken

4 weken

15 – 18 maanden

9 weken

4 weken

18 – 21 maanden

10 weken

5 weken

21- 24 maanden

11 weken

5 weken

2 – 3 jaar

12 weken

6 weken

3 – 4 jaar

13 weken

6 weken

4 – 5 jaar

15 weken

7 weken

5 – 6 jaar

18 weken

9 weken

6 – 7 jaar

21 weken

10 weken

7 – 8 jaar

24 weken

12 weken

8 – 9 jaar

27 weken

13 weken

9 – 10 jaar

30 weken

13 weken

10 – 11 jaar

33 weken

13 weken

11 – 12 jaar

36 weken

13 weken

12 – 13 jaar

39 weken

13 weken

13 – 14 jaar

42 weken

13 weken

14 – 15 jaar

45 weken

13 weken

15 - 16 jaar

48 weken

13 weken

16 - 17 jaar

51 weken

13 weken

17 - 18 jaar

54 weken

13 weken

18 - 19 jaar

57 weken

13 weken

19 - 20 jaar

60 weken

13 weken

20 - 21 jaar

62 weken

13 weken

Vanaf 21 jaar

+ 1 week per begonnen jaar

13 weken

Voorbeelden

Hieronder vindt u enkele concrete voorbeelden die Bouwunie simuleerde.

  • Indiensttreding vanaf 1 januari 2014

Arbeider kwam in dienst op 1 september 2014. Hij wordt ontslagen op 23 februari 2018.

Anciënniteit van meer dan 3 jaar (minder dan 4 jaar) = opzegtermijn van 13 weken.

-> Ter info: de huidige opzegtermijn voor deze anciënniteit bedraagt 5 weken.

  • Indiensttreding vóór 1 januari 2014

Stap 1:

  • Bepaal anciënniteit vóór 1 januari 2014 => deel 1
  • Bepaal anciënniteit vanaf 1 januari 2014 => deel 2.

Stap 2: bepaal de opzegtermijn op basis van anciënniteit van deel 1.

Hier wordt nog een bijkomend onderscheid gemaakt naargelang de arbeider in dienst kwam vóór of vanaf 1 januari 2012.

  • Bij een indiensttreding vóór 1 januari 2012 zijn de toe te passen opzegtermijnen:

Anciënniteit

Opzeg werkgever

Opzeg werknemer

< 6 maand

3 werkdagen

1 werkdag

6 maand – 3 jaar

14 kalenderdagen

7 kalenderdagen

3 jaar – 20 jaar

28 kalenderdagen

14 kalenderdagen

> 20 jaar

56 kalenderdagen

28 kalenderdagen

  • Bij een indiensttreding vanaf 1 januari 2012 zijn de toe te passen termijnen:

Anciënniteit

Opzeg werkgever

Opzeg werknemer

< 6 maand

4 werkdagen

1 werkdag

6 maand – 3 jaar

16 kalenderdagen

7 kalenderdagen

3 jaar – 20 jaar

32 kalenderdagen

14 kalenderdagen

> 20 jaar

64 kalenderdagen

28 kalenderdagen

Stap 3: bepaal de opzegtermijn op basis van anciënniteit van deel 2.

Stap 4: opzeg deel 1 + opzeg deel 2 = totale opzegtermijn.

Voorbeeld: in dienst op 3 september 2012, ontslag op 23 februari 2018

Stap 1:

  • Anciënniteit deel 1: meer dan 6 maanden, minder dan 3 jaar
  • Anciënniteit deel 2: meer dan 4 jaar, minder dan 5 jaar

Stap 2:

Opzegtermijn deel 1: 16 kalenderdagen

Stap 3:

Opzegtermijn deel 2: 15 weken

Stap 4:

Opzegtermijn = 17 weken en 2 kalenderdagen (= 15 weken + 16 kalenderdagen)

-> Ter info: de huidige opzegtermijn voor deze anciënniteit bedraagt 6 weken.

Ontslagmotivering

De afschaffing van de uitzonderingstermijnen heeft ook nog een ander gevolg. Vanaf 1 januari 2018 is de ontslagmotivering ook van toepassing in de bouwsector in plaats van de regeling rond het willekeurig ontslag, die nu volledig ophoudt te bestaan.

De grote verschillen zijn:

  • De vergoeding voor kennelijk onredelijk ontslag is lager dan de vergoeding bij willekeurig ontslag. De vergoeding bedraagt namelijk 3 tot 17 weken loon. Bij willekeurig ontslag is een forfaitaire vergoeding van 6 maanden loon voorzien.

  • De bewijslast is anders geregeld. Waar de werkgever bij willekeurig ontslag moet bewijzen dat het ontslag niet willekeurig is (moeilijk te leveren bewijs), is er bij kennelijk onredelijk ontslag een meer evenwichtige verdeling voorzien in de bewijslast.

Te onthouden

  • Vanaf 2018 zijn alle opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden geharmoniseerd. Enkel voor werknemers die al langer in dienst zijn (van vóór 2014) kan er nog een verschil zitten in de opzegtermijn. Ook bij opzeg door medewerkers in de bouwsector gelden dezelfde principes. Voor de bouwmedewerkers op mobiele werven betekent dit een serieuze verhoging van de opzegtermijnen!
  • Voor alle arbeiders en bedienden geldt vanaf 2018 de regeling inzake ontslagmotivering. Zorg voor een stevig onderbouwd ontslagdossier om geen risico te lopen op het betalen van een vergoeding voor kennelijk onredelijk ontslag!

 

Sitemap