Ministerraad geeft fiat voor wetsontwerp werkbaar wendbaar werk

02/01/2017

Het wetsontwerp ‘werkbaar wendbaar werk’ heeft een moeilijk parcours afgelegd, doorspekt met pittige discussies tussen vakbonden en werkgevers. Na een gedeeltelijk verdeeld advies van de Nationale Arbeidsraad, keurde de Ministerraad op 16 december het ontwerp in tweede lezing goed. In afwachting van de parlementaire behandeling en publicatie in het Belgisch Staatsblad staan we nu al even stil bij enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van de beleidsverklaring van premier Michel.

Referteperiode voor flexibele arbeidsregeling

Bij heel wat werkgevers wisselen drukke en minder drukke periodes mekaar af. Het bestaande systeem van kleine flexibiliteit biedt de mogelijkheid om een afwijking te maken op de maximale dag- en weekgrens, zolang de gemiddelde arbeidsduur gerespecteerd wordt over een referteperiode van 1 kwartaal tot maximum 1 jaar.

Vanaf 1 februari 2017 wordt deze referteperiode standaard op 1 kalenderjaar gebracht. De onderneming kan ook kiezen voor een andere referteperiode van 12 maanden. De overgangsmaatregel bepaalt wel dat de bestaande akkoorden die uiterlijk op 31 december 2016 gesloten zijn, behouden blijven. In die gevallen kan er dus wel nog een referteperiode van minder dan 12 maanden bestaan.

Voor het overige blijft de regeling van de kleine flexibiliteit ongewijzigd:

  • U mag uw medewerkers maximum 2 uur boven of onder het standaard uurrooster laten werken, met een maximum van 9 uur per dag.
  • U mag uw medewerkers maximum 5 uur boven of onder het standaard uurrooster laten werken, met een maximum van 45 uur per week.
  • U dient het systeem in te voeren via een cao of wijziging van het arbeidsreglement.
  • U moet uw medewerkers 7 dagen op voorhand op de hoogte brengen van het toepasselijke uurrooster.

TIP Bespreek met uw dossierbeheerder bij ADMB Sociaal Bureau of dit systeem interessant is voor uw onderneming en of er eventueel al een sectorale regeling bestaat.

Verhoging interne overurengrens

De interne overurengrens zorgt ervoor dat werknemers maar een beperkt aantal overuren mogen presteren bovenop de normale arbeidsduur. Eenmaal deze grens bereikt is, moeten medewerkers inhaalrust toegekend krijgen vooraleer ze nieuwe overuren mogen presteren.

Deze interne grens bedraagt in het huidige systeem 78 of 91 uren, naargelang de referteperiode. De mogelijk bestond al om deze grens op te trekken naar 130 of zelfs 143 uren. In het nieuwe wetsontwerp wil de regering deze grens vanaf 1 februari 2017 bij wet vastleggen op 143 uren. Bovendien zou het mogelijk zijn om de grens verder op te trekken via een sectorale cao.

TIP
Ga bij uw dossierbeheerder bij ADMB Sociaal Bureau na of er voor u sectorale bepalingen gelden en hou een overzicht bij van het aantal uren dat uw medewerkers presteren boven de gemiddelde arbeidsduur.

100 vrijwillige overuren

Sinds het ontstaan van de Arbeidswet kunnen werkgevers hun werknemers enkel overuren laten presteren indien daar een juridische basis voor is. In situaties van buitengewone vermeerdering van werk en onvoorziene noodzakelijkheid kunnen werknemers onder strikte voorwaarden overuren presteren.

Vanaf 1 februari 2017 kan een medewerker, naast de bestaande stelsels, ingaan op het aanbod van zijn werkgever om 100 overuren per kalenderjaar te presteren. Deze overuren krijgt hij of zij uitbetaald aan de gebruikelijke 150% of 200% en moeten niet worden ingehaald. Het zal mogelijk zijn om de grens van 100 overuren via een sectorale cao verder op te trekken tot 360 overuren per kalenderjaar. Belangrijk om weten is dat deze vrijwillige overuren (op de eerste 25 uren – of 60 uren indien vastgelegd in een sectorale cao – na) meetellen voor de berekening van de interne grens.

TIP
Om de 6 maanden moet u een schriftelijk akkoord van uw medewerkers krijgen over het verrichten van vrijwillige overuren. Een sectorale cao, uiterlijk neergelegd op 31 december 2016, kan evenwel andere toepassingsvoorwaarden voorzien.

Investeren in opleiding: nieuwe interprofessionele doelstelling

De interprofessionele doelstelling om minstens 1,9% van de totale loonmassa aan vorming te besteden, is ongrondwettig verklaard en vervangen door een nieuwe interprofessionele doelstelling. Vanaf 1 januari 2017 zullen de ondernemingen op interprofessioneel niveau gemiddeld vijf dagen vorming moeten voorzien per voltijds equivalent per jaar.

Voor meer info verwijzen we naar onze actuabijdrage “Het recht op opleiding: wijzigingen vanaf 1 januari 2017”.

Occasioneel telewerk

Vanaf 1 februari 2017 kan een werknemer zijn werkgever toestemming vragen voor occasioneel telewerk om onverwachte gebeurtenissen in zijn of haar privéleven op te vangen (bv. bezoek aan de dokter) zonder daarvoor verlof te moeten gebruiken.

De memorie van toelichting verduidelijkt nu dat, indien de werknemer bijvoorbeeld wegens een doktersbezoek zijn arbeidstijd moet onderbreken, hij of zij dit uur later op de dag moet inhalen, buiten het kader van zijn normale werkrooster en zonder dat dit beschouwd zal worden als een overuur.

TIP
Als werkgever doet u er goed aan om een kader op te stellen waarbinnen uw medewerkers occasioneel telewerk kunnen aanvragen (functies die verenigbaar zijn met occasioneel telewerk, procedure van aanvraag, eventuele vergoedingen …).

Tijdskrediet

De verruiming van het recht op tijdskrediet met motief zorg is opgenomen in de nieuwe NAR-cao nr. 103ter. Voor meer info verwijzen we naar onze actuabijdrage “Tijdskrediet in een nieuw kleedje vanaf 2017”.

Sitemap