Het recht op opleiding: wijzigingen vanaf 1 januari 2017

23/12/2016

De ministerraad keurde op 28 oktober het wetsontwerp Werkbaar Wendbaar Werk goed. Volgens dit wetsontwerp dient een werkgever vanaf 1 januari 2017 gemiddeld vijf dagen opleiding per voltijds equivalente werknemer per jaar te voorzien. Neemt de sector of de werkgever hiertoe geen initiatief, dan zal elke werknemer bij wijze van sanctie individueel aanspraak kunnen maken op twee opleidingsdagen per jaar per voltijds equivalent.

De huidige wetgeving bevat een globale verplichting tot het aanbieden van vorming en opleiding aan werknemers. Concreet moeten alle werkgevers binnen de privésector jaarlijks 1,9% van de totale loonmassa investeren in opleidingen.

Een aantal sectoren slaagde er in het verleden niet in deze doelstelling te behalen. Werkgevers van deze sectoren dienden als gevolg hiervan een extra patronale bijdrage van 0,05% te betalen. Deze sanctie is echter recent ongrondwettelijk verklaard.  

Voortaan vijf dagen opleiding per voltijds equivalent per jaar

Vanaf 1 januari 2017 vervangt een nieuwe globale doelstelling het huidige streefdoel van 1,9% en de daaraan gekoppelde sanctie. Alle werkgevers uit de privésector zullen samen op jaarbasis een globale opleidingsinspanning van gemiddeld vijf dagen per voltijds werknemer moeten leveren. De overheid zal de naleving hiervan opvolgen aan de hand van de sociale balans. Werkgevers hebben er bijgevolg alle belang bij om hierin nauwkeurig alle opleidingen te vermelden.

Dit betekent echter niet dat elke werknemer onmiddellijk een individueel recht zal hebben op vijf dagen vorming per jaar.

Deze verplichting kan concreet vorm krijgen via:

  • een cao op initiatief van de sector;
  • de toekenning van opleidingsdagen op een individuele opleidingsrekening op initiatief van de werkgever. Een koninklijk besluit dient de praktische modaliteiten nog uit te werken.

Slechts indien beide opties niet gebeuren, kan de werknemer vanaf 2017 individueel aanspraak maken op twee dagen opleiding per jaar per voltijdse equivalent.

Mindere strenge verplichting voor kmo’s

Ondernemingen met minder dan 10 werknemers zijn uitgesloten van deze nieuwe verplichting. Voor werkgevers met minstens 10 werknemers en minder dan 20 werknemers zullen afwijkende regels gelden.

Het aantal werknemers wordt berekend op basis van het gemiddelde aantal werknemers in voltijdse equivalenten gedurende de voorbije twee jaren. De telling gebeurt voor de eerste keer op 1 januari 2017.

Wachten op verdere uitwerking

Het wetsontwerp bevat slechts de grote lijnen van de nieuwe opleidingsverplichting. Het is dus nog wachten op de nodige koninklijke besluiten voor een verdere uitwerking. We houden u op de hoogte van zodra hier meer nieuws over is.

Sitemap