Werkbaar Wendbaar Werk: tijdskrediet en thematische verloven

Het tijdskrediet stond lange tijd ter discussie omdat het recht op afwezigheid niet altijd gelijk liep met het recht op onderbrekingsuitkeringen. De Wet Werkbaar Wendbaar Werk gaf aanleiding tot een aanpassing van de NAR-cao nr. 103 die op haar beurt komaf maakt met dit onderscheid. Het tijdskrediet zonder motief bestaat niet meer en het tijdskrediet met motief gaat nu altijd gepaard met uitkeringen.

Terug naar de overzichtspagina over de Wet Werkbaar Wendbaar Werk

Ongelijkheid op basis van motieven

Tot voor kort konden werknemers 12 maanden tijdskrediet zonder motief genieten, gerekend in voltijdse equivalenten. Een medewerker kon dus ofwel 12 maanden voltijds tijdskrediet zonder motief opnemen, ofwel de loopbaan verminderen tot de helft gedurende 24 maanden, ofwel de loopbaan verminderen met één vijfde gedurende 60 maanden. Sinds 2015 kregen medewerkers geen uitkeringen meer voor tijdskrediet zonder motief.

Wie tijdskrediet met motief opnam, kon dit onder het motief ‘zorg’ voor 36 kalendermaanden en onder het motief ‘ziek kind’ voor 48 kalendermaanden. Toch gaven beide motieven recht op uitkeringen voor 48 kalendermaanden. Een werknemer die tijdskrediet onder het motief ‘zorg’ opnam, had dus voor 36 kalendermaanden recht op tijdskrediet en uitkeringen hoewel hij of zij theoretisch eigenlijk recht had op uitkeringen voor 48 maanden.

Terug naar boven

Ongelijkheid weggewerkt

Deze ongelijkheden zijn nu weggewerkt. Door aanpassingen aan de NAR-cao nr. 103 breidden de sociale partners niet enkel het tijdskrediet met motief uit, maar schaften ze ook het tijdskrediet zonder motief af.

Deze aangepaste NAR-cao is van toepassing op alle aanvragen en verlengingsaanvragen aan de werkgever vanaf de datum van inwerkingtreding. Dat is het tijdstip waarop het koninklijk besluit over de uitkeringen, dat nog wijzigingen moet ondergaan, in werking treedt en dit uiterlijk op 1 april 2017. Op de lopende tijdskredieten blijven de oude regels van toepassing.

Vaak gestelde vragen

Terug naar boven

Tijdskrediet met motief uitgebreid

Terwijl het tijdskrediet zonder motief afgeschaft is, zal het tijdskrediet met motief opgetrokken worden naar 51 kalendermaanden. Dat zowel voor de drie motieven ‘zorg’ als voor de twee motieven ‘ziek kind’:

  • Motieven ‘zorg’: zorg voor een eigen kind tot acht jaar, palliatieve verzorging en de bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid.
  • Motieven ‘ziek kind’: zorg voor een eigen gehandicapt kind tot 21 jaar en de bijstand of verzorging aan een eigen minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is.

Het tijdskrediet met motief ‘opleiding’ blijft wel mogelijk voor 36 kalendermaanden. Voor dit motief, en voor de drie motieven ‘zorg’, is een sectorale of ondernemings-cao nog steeds nodig voor het voltijds en halftijds tijdskrediet. Werknemers kunnen tijdskrediet voor deze motieven bovendien niet opnemen in combinatie met de opstart of uitbreiding van een niet-toegelaten bezoldigde of zelfstandige activiteit.

Terug naar boven

Nieuwe verrekenregels voor eerder opgenomen tijdskrediet

De afschaffing van het tijdskrediet zonder motief en de uitbreiding van het tijdskrediet met motief hebben een invloed op de verrekenregels van het eerder opgenomen tijdskrediet. Voor het recht op afwezigheid in het kader van tijdskrediet en het recht op onderbrekingsuitkeringen golden vroeger verschillende verrekenregels. Een nieuw en eenvoudiger systeem komt in de plaats.

De overheid brengt voortaan alle eerdere afwezigheden overeenkomstig de Herstelwet van 22 januari 1985 en de NAR-cao’s 77bis en 103 chronologisch in mindering van het tijdskrediet met motief. Tijdskrediet zonder motief wordt proportioneel verrekend in voltijdse equivalenten, tijdskrediet met motief in kalendermaanden.

De eerste twaalf maanden van het tijdskrediet zonder motief worden in voltijdse equivalenten geneutraliseerd. Een werknemer die gedurende vijf jaar vier vijfde werkte in tijdskrediet zonder motief (gelijk aan 12 maanden voltijds equivalent), kan dus nog 51 of 36 kalendermaanden tijdskrediet met motief opnemen. De vijf jaren waarin hij zijn loopbaan met één vijfde verminderde, worden geneutraliseerd.

Terug naar boven

Oneigenlijk gebruik tijdskrediet medische bijstand

Het tijdskrediet met motief ‘bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid’ is de voorbije jaren sterk toegenomen. Mogelijk ligt een oneigenlijk gebruik van dit tijdskrediet aan de basis van deze toename. Daarom zal de behandelende arts voortaan moeten attesteren dat er – bovenop de professionele ondersteuning – daadwerkelijk een voltijdse, halftijdse of een één vijfde onderbreking of loopbaanvermindering nodig is.

Tijdskrediet onder het motief ‘bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid’ zal alleen nog weggelegd zijn voor bloedverwanten tot en met de tweede graad en aanverwanten tot en met de eerste graad. Wettelijk samenwonenden zullen gelijkgesteld worden met gehuwden en kunnen dus ook beroep doen op tijdskrediet onder dit motief.

De overheid zou deze aanpassingen in de toekomst ook willen doortrekken naar het thematisch verlof ‘medische bijstand’.

Terug naar boven

Twee deeltijdse contracten bij twee werkgevers

Eén vijfde tijdskrediet was vroeger niet mogelijk voor werknemers met twee deeltijdse contracten bij twee verschillende werkgevers. De nieuwe regels zorgen ervoor dat dit voortaan wel kan voor zover de som van beide tewerkstellingsbreuken minstens een voltijdse tewerkstelling omvat. Hiervoor wordt rekening gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever aan wie de aanvraag wordt gericht.

De één vijfde loopbaanvermindering kan bij beide werkgevers opgenomen worden, voor zover de aanvang en de duurtijd van beide verminderingen gelijk zijn en samen één vijfde bedragen. Bijkomende voorwaarde is dat de werkgevers bij wie de werknemer het tijdskrediet wil opnemen hiermee akkoord gaan.

De overheid zou deze aanpassingen in de toekomst ook doortrekken naar het thematisch verlof ‘ouderschapsverlof’.

Terug naar boven

Nieuwe gelijkstellingen voor landingsbanen

De werknemer die van een tijdskrediet ‘landingsbanen’ wil genieten, moet een loopbaan van 25 jaar kunnen aantonen. De NAR-cao 103ter vereenvoudigt de berekeningswijze van deze loopbaanjaren en stelt de arbeids- en gelijkgestelde dagen gelijk aan die in de werkloosheidsreglementering.

Ook de ontslagcompensatievergoeding en de verbrekingsvergoeding worden voortaan gelijkgesteld voor de tewerkstellingsvoorwaarde van 24 maanden. Zo zal een oudere werknemer die in onderling akkoord de anciënniteitsvoorwaarde van 24 maanden inkort, toch van een landingsbaan kunnen genieten als hij niet steeds gewerkt heeft in de voorbije 24 maanden doordat hij een verbrekingsvergoeding of een ontslagcompensatievergoeding ontving.

Vaak gestelde vragen

Terug naar boven

Thematische verloven

De loopbaan verminderen of schorsen in het kader van palliatief verlof was tot nu mogelijk voor één maand. Deze ene maand kon vervolgens verlengd worden met één maand. De Wet Werkbaar Wendbaar Werk voorziet nog een tweede verlenging met één maand waardoor palliatief verlof dus mogelijk wordt voor drie maanden in plaats van twee maanden.

Ook rond het ouderschapsverlof zijn er veranderingen op til. Naast de mogelijkheid voor werknemers om met twee deeltijdse contracten één vijfde ouderschapsverlof op te nemen (zie twee deeltijdse contracten bij twee werkgevers), is er een wetsvoorstel ingediend dat een bijkomende opnamemogelijkheid voor het ouderschapsverlof voorziet. Er werd voorgesteld om de loopbaan met één tiende te verminderen, in de vorm van één halve dag per week of één volle dag om de twee weken, gedurende 40 maanden. De werkgever zal hiervoor zijn goedkeuring moeten geven. Hoewel de Nationale Arbeidsraad al een positief advies gaf over dit plan, blijven deze veranderingen voorlopig nog toekomstmuziek. 

Terug naar boven

Sitemap