Een kindje op komst: kraamgeld aanvragen?

Wie moet het kraamgeld aanvragen?

De aanvrager moet tewerkgesteld zijn als werknemer of aangesloten zijn als zelfstandige. Wie een uitkering uit werkloosheid, invaliditeit of pensionering krijgt, komt ook in aanmerking.

Eerst komt de wettelijke vader van het kind in aanmerking als aanvrager. Bij meemoederschap vult de meemoeder de aanvraag kraamgeld in, indien zij ouder is dan de moeder. Indien de vader/meemoeder niet tewerkgesteld, zelfstandige (of gelijkgesteld) is, kan de moeder het kraamgeld aanvragen. Na de moeder komen nog andere personen in haar gezin in aanmerking: de man die met de moeder samenwoont, een grootouder, oom, tante, een broer of zus van het kind.
Is er in het gezin niemand die werkt of zelfstandig is, kunnen volgende personen buiten het gezin het kraamgeld aanvragen: stiefouder, broer of zus.

Wanneer kan ik het kraamgeld aanvragen?

U kan het kraamgeld aanvragen vanaf het begin van de zesde maand zwangerschap (=24 weken), dus 4 maand voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Het kinderbijslagfonds mag het kraamgeld ten vroegste twee maanden voor de vermoedelijke geboortedatum uitbetalen.
Bij de aangifte van de geboorte overhandigt de ambtenaar van de burgerlijke stand twee geboortebewijzen. Het ene is bestemd voor het ziekenfonds, het andere (‘geboortebewijs om het kraamgeld te bekomen krachtens de wetgevingen inzake gezinsbijslag’), dient u naar de instelling te sturen die intussen het kraamgeld betaald heeft. Wie het kraamgeld pas na de geboorte aanvraagt, moet dit geboortebewijs toevoegen bij de aanvraag.

Hoe kan ik het kraamgeld aanvragen?

Vul het aanvraagformulier kraamgeld in, onderteken het en bezorg het aan uw kinderbijslaginstelling. Kent u deze niet, vraag het dan aan uw huidige of laatste werkgever indien u werknemer bent of contacteer het Sociaal Verzekeringsfonds waar u als zelfstandige bent aangesloten.

Laat ook de behandelende arts of vroedkundige de zwangerschapsverklaring op dit formulier invullen.

Bijhorende documenten

Sitemap