Tijdskrediet in een nieuw kleedje vanaf 2017

26/12/2016

Het tijdskrediet staat al een tijdje ter discussie omdat het recht op afwezigheid niet steeds gelijkloopt met het recht op onderbrekingsuitkeringen. De overheid zal dit onderscheid voor het tijdskrediet met en zonder motief vermoedelijk vanaf maart 2017 wegwerken. Het tijdskrediet zonder motief wordt afgeschaft, het tijdskrediet met motief zal steeds aanleiding geven tot uitkeringen. Naast deze wijzigingen staan ook een aantal kleinere aanpassingen op stapel.

Ongelijkheid op basis van motieven

Op heden gaat het tijdskrediet zonder motief niet gepaard met uitkeringen. Wie tijdskrediet met motief neemt, kan dit voor een motief ‘zorg’ gedurende 36 kalendermaanden en voor een motief ‘ziek kind’ gedurende 48 kalendermaanden.

Beide motieven geven echter recht op uitkeringen gelijk aan 48 kalendermaanden. Een werknemer die tijdskrediet met motief ‘zorg’ opneemt, heeft in de praktijk dus gedurende 36 kalendermaanden recht op tijdskrediet en uitkeringen. Dit terwijl er een theoretisch recht op uitkeringen voorzien is van 48 kalendermaanden. Deze ongelijkheid wil de overheid in 2017 wegwerken.

Tijdskrediet zonder motief afgeschaft, met motief uitgebreid

Het tijdskrediet zonder motief houdt op te bestaan. Het tijdskrediet met motief wordt opgetrokken naar 51 kalendermaanden, zowel voor de drie motieven ‘zorg’ als voor de twee motieven ‘ziek kind’:

  • motieven ‘zorg’: zorg voor een eigen kind tot acht jaar, palliatieve verzorging en de bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • motieven ‘ziek kind’: zorg voor een eigen gehandicapt kind tot 21 jaar en de bijstand of verzorging aan een eigen minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is.

De nieuwe regeling zal van toepassing zijn op alle aanvragen vanaf de datum van inwerkingtreding. Op de lopende tijdskredieten zullen de oude regels van toepassing blijven.

Het tijdskrediet met motief ‘opleiding’ blijft mogelijk gedurende 36 kalendermaanden. Voor dit motief, en voor de drie motieven ‘zorg’, blijft een sectorale of ondernemings-cao vereist voor het voltijds en halftijds tijdskrediet. Werknemers kunnen tijdskrediet voor deze motieven bovendien niet opnemen in combinatie met de opstart of uitbreiding van een niet-toegelaten bezoldigde of zelfstandige activiteit.

Nieuwe verrekenregels voor het eerder opgenomen tijdskrediet

De afschaffing van het tijdskrediet zonder motief en de uitbreiding van het tijdskrediet met motief hebben een invloed op de verrekenregels van het eerder opgenomen tijdskrediet.

Voor het recht op afwezigheid in het kader van tijdskrediet en het recht op onderbrekingsuitkeringen gelden in het huidige systeem verschillende verrekenregels. Vanaf 2017 komt een nieuw en eenvoudiger systeem in de plaats.

Zowel voor het recht op afwezigheid als voor het recht op uitkeringen brengt de overheid voortaan alle eerdere afwezigheden overeenkomstig de herstelwet van 22 januari 1985 en de collectieve arbeidsovereenkomsten van de Nationale Arbeidsraad nrs. 77bis en 103 chronologisch in mindering van het tijdskrediet met motief. Tijdskrediet zonder motief zal men proportioneel (in voltijdse equivalenten) verrekenen, tijdskrediet met motief in kalendermanden.

De eerste twaalf maanden van het tijdskrediet zonder motief zullen in voltijdse equivalenten geneutraliseerd worden. Een werknemer die gedurende vijf jaar vier vijfde werkte in tijdskrediet zonder motief (wat overeenkomt met 12 maanden voltijds equivalent), kan dus nog 51 of 36 kalendermaanden tijdskrediet met motief opnemen. De vijf jaren waarin hij zijn loopbaan met één vijfde verminderde, worden geneutraliseerd.

Oneigenlijk gebruik tijdskrediet medische bijstand

Het tijdskrediet met motief ‘bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid’ is de voorbije jaren sterk toegenomen. Mogelijk ligt een oneigenlijk gebruik van dit tijdskrediet aan de basis van deze toename. Daarom zal voortaan de behandelende arts moeten attesteren dat er – bovenop de professionele ondersteuning – daadwerkelijk een voltijdse, halftijdse of een één vijfde onderbreking of loopbaanvermindering nodig is.

De overheid zou deze extra voorwaarde ook doortrekken naar het thematisch verlof ‘medische bijstand’. Bovendien zou dit thematisch verlof in de toekomst alleen nog weggelegd zijn voor bloedverwanten tot en met de tweede graad en aanverwanten tot en met de eerste graad. Op heden kunnen aanverwanten tot en met de tweede graad dit tijdskrediet opnemen.

Twee deeltijdse contracten bij twee werkgevers

Werknemers met twee deeltijdse contracten bij twee verschillende werkgevers kunnen op vandaag niet genieten van één vijfde tijdskrediet. Vanaf 2017 zal dit wel het geval zijn voor zover de som van beide tewerkstellingsbreuken minstens een voltijdse tewerkstelling omvat.

Bijkomende voorwaarde is dat de werkgever bij wie de werknemer het tijdskrediet wil opnemen hiermee akkoord gaat. Het is ook het voltijds uurrooster bij deze werkgever dat de vermindering met één vijfde bepaalt.

Dezelfde regeling zou in de toekomst ook voor het ouderschapsverlof van toepassing zijn.

Loopbaanberekening en nieuwe gelijkstellingen

De werknemer die van een tijdskrediet landingsbanen wil genieten, moet een loopbaan van 25 jaar kunnen aantonen. De berekeningswijze van deze loopbaanjaren vereenvoudigt vanaf 2017. Bovendien zullen dezelfde arbeids- en gelijkgestelde dagen gelden als in de werkloosheidsreglementering.

Vanaf 2017 stelt de wetgever de ontslagcompensatievergoeding en de verbrekingsvergoeding gelijk voor de tewerkstellingsvoorwaarde van 12 of 24 maanden.

Sitemap