Tankkaart kost de werkgever meer in 2017

02/01/2017

Vanaf 1 januari 2017 zal de werkgever meer kosten hebben wanneer hij een tankkaart ter beschikking stelt aan zijn werknemers. Wat verandert er?

Verhoging verworpen uitgaven

Het voordeel van een bedrijfswagen bepaalt men aan de hand van een forfaitaire formule. Sinds de invoering van de nieuwe berekeningswijze in 2012 moet de werkgever ook 17% van het forfaitair voordeel boeken als ’verworpen uitgaven’ (i.e. niet-aftrekbare beroepskosten).
Dit percentage stijgt naar 40% wanneer de werkgever een tankkaart ter beschikking stelt (of de brandstofkosten ten laste neemt) die de werknemer ook voor privédoeleinden mag gebruiken. Deze verhoging geldt wanneer de werkgever de brandstofkosten geheel of gedeeltelijk ten laste neemt.
Het percentage van 17% zal enkel nog gelden voor die bedrijfswagens die ter beschikking staan voor privédoeleinden, zonder tussenkomst van de werkgever in de brandstofkosten (geen tankkaart of geldelijke tussenkomst).

Neutralisatie eigen bijdrage

Wanneer de werknemer een eigen bijdrage betaalt voor het gebruik van de bedrijfswagen, vermindert daarmee het belastbare voordeel. De 17% verworpen uitgaven mag men berekenen op deze verminderde basis.

In de nieuwe regeling vanaf 1 januari 2017 neutraliseert men de eigen bijdrage bij de berekening van de 17% of de 40% procent. De belastbare basis van het voordeel van alle aard vermindert wel nog met het bedrag van de eigen bijdrage. Voor de ‘verworpen uitgaven’ speelt de eigen bijdrage geen rol meer (dit was ook al zo toen men in 2005 de nieuwe solidariteitsbijdrage voor de RSZ introduceerde).

Privévoordeel

Percentage

Berekeningsbasis

Bedrijfswagen – zonder tankkaart of tussenkomst brandstofkosten

17%

Forfaitair voordeel – ongeacht eigen bijdrage

Bedrijfswagen - met tankkaart of tussenkomst brandstofkosten

40%

Forfaitair voordeel – ongeacht eigen bijdrage

Regeling vanaf 1 januari 2017

Deze nieuwe regeling treedt in werking op 1 januari 2017. 

Sitemap