Overheid pakt sociale fraude in schoonmaaksector aan

10/01/2017

De overheid wil sociale fraude in de schoonmaaksector harder bestrijden. Daarom voeren de sociale inspectiediensten op vrijdag 20 januari opnieuw een ‘nationale flitscontrole’ uit. De wetgever pakt ook schijnzelfstandigheid in de sector aan door de RSZ-wet uit te breiden.

Flitscontrole op 20 januari

Recente controles in de schoonmaaksector toonden aan dat de sector te kampen heeft met veel zwartwerk en dat heel wat bedrijven de sociale reglementering niet strikt naleven. Daarom voeren de sociale inspectiediensten op vrijdag 20 januari een ‘nationale flitscontrole’ uit bij industriële schoonmaakbedrijven.

Het initiatief voor die controle komt van Staatssecretaris voor Bestrijding van de Sociale Fraude Philippe De Backer en kadert in de opgevoerde strijd tegen sociale fraude en sociale dumping in de sector. Samen met de bestaande, onaangekondigde inspecties moet deze controle ervoor zorgen dat bedrijven in de schoonmaaksector de sociale wetgeving beter naleven.

Wanneer de sociale inspectiediensten een controle uitvoeren, al dan niet aangekondigd, kunnen ze allerlei documenten opvragen. Het gaat onder meer om het bewijs van inschrijving bij de RSZ, Dimona-aangiftes en het arbeidsreglement met alle werkroosters. De inspecteurs kunnen ook vragen om de prestatie- en loongegevens van de werknemers, arbeidsovereenkomsten, afwijkingsregister, controlekaarten, arbeidskaarten, verblijfsvergunningen en andere formulieren voor te leggen.

Schijnzelfstandigheid

Om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, voerde de Arbeidsrelatiewet aan de hand van negen sociaaleconomische criteria al een weerlegbaar wettelijk vermoeden van een arbeidsovereenkomst in. De sectoren kregen de mogelijkheid om deze negen normen verder uit te werken of te vervangen.

De schoonmaaksector doet dit nu door de invoering van een vermoeden van ondergeschiktheid - en dus van het bestaan van een arbeidsovereenkomst - in de RSZ-wet. Het gaat hier om een weerlegbaar vermoeden. De betrokkene kan zijn statuut van zelfstandige toch bewijzen door aan te tonen dat hij of zij niet gewoonlijk en hoofdzakelijk werkt voor slechts één medecontractant, zijn of haar activiteiten uitoefent met eigen materiaal én factureert voor eigen rekening.

Sitemap