Hoever staat het mobiliteitsbudget?

15/05/2017

De laatste tijd is er heel wat te doen over het mobiliteitsbudget. Dit alternatief voor de bedrijfswagen is één van de wondermiddelen waarmee de regering de filevorming hoopt te verminderen en de verkeersknopen te ontwarren. Een gemeenschappelijk advies van de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven én een eerste wetsontwerp brengen de gesprekken in een stroomversnelling, maar er bestaat nog steeds heel wat discussie. Een korte stand van zaken.

Wat is het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget is een alternatief voor de bedrijfswagen. Met dit budget kan de werknemer onder meer kiezen voor een kleinere bedrijfswagen, het openbaar vervoer (abonnement op trein, tram en bus), een fietsvergoeding of een combinatie van deze onderdelen. Het is aan de werkgever om een systeem uit te werken en de werknemer kan al dan niet beslissen erop in te gaan. Het grootste struikelblok is de praktische uitwerking.

Telkens speelt de (para-)fiscale behandeling een grote rol: welke socialezekerheidsbijdragen en hoeveel belastingen moet de werknemer betalen op de gekozen onderdelen? Het belangrijkste discussiepunt is hoe groot het resterende bedrag mag zijn dat de werknemer na de omwisseling van de bedrijfswagen in alternatieven, nog als loon ontvangt. Het is eveneens onduidelijk welke belastingen daar dan op betaald moeten worden.

Advies Nationale Arbeidsraad (NAR) en Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB)

Het gemeenschappelijke advies van de NAR en de CRB vertrekt van het feit dat de werkgever het initiatief neemt om een mobiliteitsbudget in te voeren. De werknemer kan op zijn beurt ingaan op het aanbod. Hij kan “zijn bedrijfswagen volledig vervangen door duurzame vervoermiddelen en –diensten”, staat er te lezen in het advies. Daarnaast kan de werknemer ook opteren voor een goedkopere bedrijfswagen “en die dan combineren met andere, duurzame vervoermiddelen en –diensten.”

Blijft er nadien nog geld over van het budget, kan de werkgever dat saldo uitbetalen aan de werknemer. Het advies legt niet in detail vast hoeveel er maximaal nog als resterend loon uitbetaald mag worden. Dat maakt momenteel nog het onderwerp uit van een moeilijke discussie.

Bovendien zouden de sociale partners het saldo onderwerpen aan dezelfde heffingen en lasten als deze op bedrijfswagens. Is het saldo te hoog en is er dus onvoldoende geld naar mobiliteit gegaan? Dan belast men dat resterende bedrag gewoon als brutoloon. Weinig interessant voor de werknemers dus.

Wat zegt het eerste wetsontwerp?

Terwijl de sociale partners tegen de volledige omzetting van de bedrijfswagen in loon zijn, vertrekt het eerste wetsontwerp wél van dit standpunt. Werknemers zouden hun auto enkel integraal kunnen inruilen voor extra loon.

Deze vergoeding zou op dezelfde gunstige manier belast worden als de bedrijfswagens.

Voorlopige conclusie

Het eerste wetsontwerp gaat lijnrecht in tegen datgene wat de sociale partners naar voren schoven. De definitieve beslissing is hier nog niet over gevallen, maar zal ongetwijfeld nog tot boeiende discussies leiden. Ook de politieke partijen staan voorlopig nog diametraal tegenover elkaar. Sommigen steunen het wetsontwerp, terwijl anderen dan weer het voorstel van de sociale partners genegen zijn. Ondertussen kan u als werkgever enkel de kat uit de boom kijken…

Natuurlijk houdt Groep ADMB de vinger aan de pols en brengen we u meteen op de hoogte als er nieuws is rond dit actueel onderwerp.

Sitemap