Federale regering bevestigt loonmarge 1,1%

03/02/2017

De loonmarge voor 2017 en 2018 zal maximaal 1,1% bedragen. De federale regering stemde op donderdag 2 februari 2017 in met het akkoord van de sociale partners. Eerder bevestigde ook de achterban van zowel werkgevers als vakbonden de overeenkomst. Nu kunnen de overlegrondes in de verschillende sectoren beginnen. Hieronder drie belangrijke vragen rond het nieuw akkoord.

Wat betekent de loonmarge?

De loonmarge is een maximale loonstijging, bovenop het automatische indexatiemechanisme. Voor de komende twee jaar blijven de voorziene indexaties van de lonen dus al zeker behouden. Daarnaast zullen de sociale partners in elke aparte sector ook onderhandelen over de grootte van de loonmarge. In het akkoord staat dat de stijging niet hoger mag zijn dan 1,1%. Omdat er de komende 2 jaar een inflatie wordt verwacht van 2,9%, kunnen de lonen dus maximaal om en bij de 4% stijgen. De Nationale Arbeidsraad neemt de norm van 1,1% over in een algemeen verbindend verklaarde cao.

Wat staat er nog in het akkoord?

Het akkoord bevat ook een aanpassing van de sociale uitkeringen en sociale bijstand. De meest kwetsbare doelgroepen staan daarbij centraal. Zo verhoogt de uitkering bij thematische verloven voor alleenstaanden met kinderen zelfs met 38% bij voltijdse of halftijdse schorsing. Verder bepaalt het akkoord onder meer dat de minimumpensioenen moeten stijgen.  

Daarnaast komen er enkele traditionele verlengingen aan bod. Het gaat onder andere om:
-    de werkgeversbijdrage van 0,10% voor de inspanningen ten voordele van risicogroepen;
-    het systeem van de innovatiepremie;
-    de vrijstelling van de startbaanverplichting bij een sectorale werkgeversbijdrage van 0,15% voor risicogroepen;
-    het derdebetalersysteem bij woon-werkverkeer;
-    het behoud van de totale boete op € 1.800 voor het niet-aanbieden van een outplacementbe-geleiding.

Vervolgens vermeldt het akkoord dat de kadercao’s over het brugpensioen (SWT) en de landingsba-nen veranderen. Vooral het behoud van de leeftijd op 56 voor SWT bij bedrijven in herstructurering, voor de komende 2 jaar, springt in het oog. Normaal gezien verhoogde die leeftijd naar 57 jaar. Het einddoel blijft weliswaar onveranderd: in 2020 moet deze leeftijd naar 60 jaar.

Ten slotte is er een luik dat zich toespitst op maatschappelijke uitdagingen. Verschillende thema’s, zoals de burn-outproblematiek en de jongerenwerkloosheid komen hierin aan bod, maar ook het mobiliteitsvraagstuk en –budget krijgt de nodige aandacht.

Hoe gaat het verder?

Nu de federale regering het interprofessioneel akkoord van de vakbonden en werkgevers goedkeurde, zijn de afzonderlijke sectoren aan zet. Zij moeten de loonmarge verder invullen. Vermoedelijk zullen niet alle sectoren de maximale stijging van 1,1% toepassen en kiezen ze voor andere opties zoals extra verlofdagen. We houden u hier uiteraard van op de hoogte.

Sitemap