Activeringsbijdrage voor werkgevers die werknemers op non-actief plaatsen

28/11/2017

De federale regering stelde enige tijd geleden vast dat naar aanleiding van een aantal herstructureringen oudere werknemers verder doorbetaald werden, maar geen prestaties meer moesten leveren tot aan hun pensioenleeftijd. De regering wil deze werkwijze ontmoedigen door vanaf 2018 een extra bijdrage, de zogenaamde activeringsbijdrage, op te leggen aan werkgevers die dergelijke techniek toepassen.

Activeringsbijdrage

Doordat sommige werkgevers oudere werknemers wel verder uitbetalen, maar hen geen prestaties laten leveren, nemen deze oudere werknemers niet langer deel aan de arbeidsmarkt.

De overheid vond dit een verlies aan menselijk potentieel en het versterkt de mentaliteit dat het beter zou zijn deze oudere werknemers thuis te laten zitten en correct te vergoeden, eerder dan ze uit te nodigen zich te heroriënteren zodat ze nieuwe kansen op de arbeidsmarkt kunnen creëren. Daarom kwam de activeringsbijdrage tot stand, al is de precieze invulling ervan onder voorbehoud tot de effectieve publicatie van de nieuwe programmawet.

Wie is deze bijdrage verschuldigd ?

Werkgevers uit de privésector en de autonome overheidsbedrijven zijn deze bijdrage verschuldigd voor hun werknemers die tijdens een volledig kwartaal geen enkele prestatie leveren.
De activeringsbijdrage is echter niet verschuldigd wanneer bovenstaande voorwaarde te wijten is aan één van volgende situaties:

  • De werknemer kon zich beroepen op een wettelijke schorsing, zoals voorzien in de Arbeidsovereenkomstenwet.
  • Het gaat om een vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn.
  • Het gaat om een vrijstelling van prestaties voorzien in een cao van bepaalde duur, neergelegd bij de Fod Waso vóór 28 september 2017.
  • Het gaat om een vrijstelling van prestaties die reeds toegepast wordt van vóór 28 september 2017.

Hoeveel bedraagt de bijdrage ?

De werkgever is een bepaalde percentage op het brutokwartaalloon van de betrokken werknemer verschuldigd. Dat percentage hangt af van de leeftijd die de werknemer heeft op het ogenblik dat hij vrijgesteld wordt om prestaties te leveren en blijft zo verder toegepast tot op het ogenblik waarop de werknemer het recht opent om op pensioen te gaan.

Leeftijd werknemer op moment van start vrijstelling

% van het brutokwartaalloon

Minimumbedrag bijdrage

< 55 jaar

20%

€ 300

≥ 55 jaar < 58 jaar

18%

€ 300

≥ 58 jaar < 60 jaar

16%

€ 300

≥ 60 jaar < 62 jaar

15%

€ 225,60

≥ 62 jaar

10%

€ 225,60

Wanneer volledig of gedeeltelijk vrijgesteld van de bijdrage ?

Het bijdragepercentage wordt verminderd als de werknemer tijdens die vrijstelling van prestaties verplicht is een opleiding te volgen, georganiseerd door de werkgever, die minstens 15 dagen omvat in een periode van 4 opeenvolgende kwartalen. Die vermindering wordt dan tijdens deze 4 kwartalen toegepast.

De bijdrage is helemaal niet verschuldigd als de werknemer gedurende de eerste 4 kwartalen  daadwerkelijk een opleiding, georganiseerd door de werkgever, heeft gevolgd waarvan de kostprijs minstens 20% van het brutojaarloon van de betrokken werknemer bedraagt.

De bijdrage is evenmin verschuldigd wanneer de werkneer gedurende het volledig kwartaal een nieuwe, minstens 1/3de, tewerkstelling bij een andere werkgever aanvat of in hoedanigheid als zelfstandige. Wanneer de werknemer deze activiteit beëindigt, is de bijdrage opnieuw verschuldigd door de werkgever die hem had vrijgesteld van prestaties.

Sitemap