Extra werkgeversbijdrage voor sectoren met onvoldoende opleidingsinspanningen in 2010

Achtergrond: Generatiepact

In het interprofessioneel akkoord 1999-2000 kwamen de sociale partners tot een akkoord om bijkomende opleidingsinspanningen te leveren. Het doel bestond erin om binnen de privésector jaarlijks 1,9% van de totale loonmassa van de ondernemingen te investeren in opleidingen.
In de interprofessionele akkoorden voor 2001-2002 en 2003-2004 werd die verbintenis herhaald. Het ging hier nog altijd om een loutere verbintenis.
Het generatiepact van 2005 ging een stap verder. Er werd voorzien in een sanctie bij niet-naleving, namelijk een aanvullende bijdrage van 0,05% bestemd voor het fonds educatief verlof.

Sanctiemechanisme

De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven heeft in 2011 vastgesteld dat de globale opleidingsinspanning van 1,9% voor de jaren 2008 en 2009 niet werd behaald. Zij baseerden hun verslag op de cijfers uit de sociale balansen. Op 20 april 2011 werd vervolgens een lijst gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, met een overzicht van de sectoren die voor het jaar 2008 en 2009 niet voorzagen in een jaarlijkse verhoging van ofwel 5% van de graad van werknemersparticipatie aan vorming, ofwel 0,1% van de opleidingsinspanningen zelf. Deze sectoren (66 sectoren voor het jaar 2008 en 76 sectoren voor het jaar 2009) kregen een boete opgelegd die bestond in een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,05%, bestemd voor het fonds educatief verlof.

Opleidingsinspanningen opnieuw niet nageleefd in 2010

Voor het jaar 2010 kwam de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven opnieuw tot de vaststelling dat de norm van 1,9% globale opleidingsinspanning niet werd behaald. Op 13 januari 2012 werd in het Belgisch Staatsblad een lijst gepubliceerd met een overzicht van de 63 sectoren die voor het jaar 2010 onvoldoende opleidingsinspanningen leverden (zie bijlage). Deze sectoren riskeren (opnieuw) een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,05% te moeten betalen.

Inning aanvullende werkgeversbijdrage

De RSZ is nog aan het onderzoeken wanneer zij deze boete zullen kunnen innen. Zelfs de sanctiebijdragen voor de jaren 2008 en 2009 zijn nog niet geïnd.

We merken hierbij op dat er al heel wat reactie is gekomen van sectoren die voorkomen op de lijst, zoals die in april 2011 gepubliceerd werd. De boetes werden immers uitgeschreven op basis van de vermelde opleidingsinspanningen in de cao’s en niet op basis van de werkelijke opleidingsinspanningen. Dit kan voor absurde situaties zorgen. Het is immers mogelijk dat sectoren die een juridisch correct opgestelde cao hebben, maar in werkelijkheid niets doen, niet beboet worden. Het omgekeerde geldt ook: sectoren waar de verplichte vermeldingen in de cao ontbreken, maar in realiteit toch voldoende inspanningen leveren, worden wel beboet. 
Een aantal federaties hebben dan ook bij de Raad van State beroep aangetekend tegen het Ministerieel Besluit dat de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 heeft bepaald.
 
Regeerakkoord

Het regeerakkoord Di Rupo I voorziet dat het sanctiemechanisme van de werkgevers zal worden gewijzigd.

  • Bij gebrek aan sectorale overeenkomst zullen de ondernemingen die individueel de doelstelling respecteren, niet worden gesanctioneerd.
  • In het geval er wel een sectorale overeenkomst bestaat, zal een sanctie betreffende het niet naleven van de engagementen op sectoraal vlak worden toegepast. Er zal dan ook worden nagegaan of de sector de zichzelf opgelegde doelstellingen wel haalt. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan bovenvermelde kritiek. Sectoren die formeel wel in orde waren met hun cao, maar in de praktijk deze verplichtingen niet naleefden, zullen immers in dezelfde mate worden blootgesteld aan de sanctie, als de ondernemingen uit een sector die geen cao heeft gesloten.           
Tegelijk zal het sanctieniveau beter in verhouding tot de doelstelling staan, wat wellicht een verhoging van de bijzondere werkgeversbijdrage zal inhouden.

Bronnen:
- Ministerieel Besluit van 12 januari 2012 tot vaststelling van de definitieve lijst voor het jaar 2010 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, par. 4, van het Koninklijk Besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, Belgisch Staatsblad van 13 januari 2012;
- Regeerakkoord Di Rupo I.

Contacteer ADMB.