Werken in extreme koude

De hevige koude die momenteel door ons land trekt, kan ongetwijfeld ook een belangrijke invloed hebben voor bepaalde werknemers.
Hieronder wordt kort verduidelijkt wat de minimumtemperatuur is om te werken en wat er dient te gebeuren wanneer de temperatuur de gewenste drempel niet haalt. Tot slot worden de eventuele afwijkingen op de regels van de minimumtemperatuur aangehaald.
 
1    Minimumtemperatuur
De invloed van de temperatuur op de arbeidsprestaties is logischerwijze verschillend naargelang het type werk en de werkplaats. De wetgever heeft dit principe ook zo omgezet.

1.1. In de gesloten werklokalen
Voor het werken in gesloten en doorlopend bezette ruimten, zijn de minimumtemperaturen bepaald in functie van de aard van het werk. Om te bepalen wie onder welk soort werk valt, wordt er rekening gehouden met het energieverbruik van de werknemer. In onderstaande tabel worden de verschillende mogelijkheden samengevat.
Aard van het werkKcal/uurMinimumtemperatuur
Zeer licht werk9020°C
Licht werk15018°C
Halfzwaar werk25015°C
Zwaar werk35012°C

1.2. In open werkplekken of werkplaatsen in open lucht
Tussen 1 november en 1 maart van het daaropvolgende jaar moet er in de open werklokalen en de werkplaatsen in open lucht een voldoende aantal verwarmingsinrichtingen voorzien zijn.
De verwarmingsinrichtingen moeten in werking worden gesteld wanneer het ingevolge de weersomstandigheden nodig is, maar in ieder geval wanneer de buitentemperatuur lager is dan 5°C.

1.3. In de winkelbanken in open lucht
In deze werkplekken is het de werkgever verboden om bij een temperatuur van minder dan 5°C zijn personeel te laten werken.
Bij een temperatuur tussen 5°C en 10°C mag er onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden.
In eerste instantie moet de werkgever het volgende ter beschikking stellen:
-een voldoende krachtige verwarmingsinrichting, tenzij maatregelen worden genomen waardoor deze werknemers zich geregeld en zo dikwijls als nodig kunnen verwarmen;
-een plankenvloer waardoor rechtstreeks contact met de grond wordt voorkomen;
-een schuilplaats die hen zoveel mogelijk tegen weer en wind beschermt.

Bovendien mag de werkgever zijn personeel niet tewerkstellen op volgende momenten:
-voor 8 uur en na 19 uur;
-langer dan 2 uur zonder onderbreking van ten minste één uur;
-gedurende meer dan 4 uur per dag.

2    Afwijkingen
2.1. In de gesloten werklokalen
Onder bepaalde voorwaarden mag het in de gesloten werklokalen toch kouder worden dan de voorziene minimumtemperaturen (zie tabel 1.1).
Er mag slechts worden afgeweken van de minimumtemperaturen indien het advies van de preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer werd ingewonnen en na akkoord van de vertegenwoordigers van de werk-nemers in het CPBW of, bij ontstentenis van dit comité, van de vakbondsafvaardiging van het perso-neel.

Indien het advies en het akkoord bekomen zijn, moet er ook nog voldaan worden aan volgende voorwaarden:
-de werknemers moeten de mogelijkheid krijgen om regelmatig in verwarmde lokalen te vertoeven;
-de werknemers moeten met aangepaste beschermingsmiddelen zijn uitgerust.

De afwijking kan enkel voor de werklokalen die slechts met pozen door het personeel bezet zijn.

2.2. In open werkplekken of werkplaatsen in open lucht
Normaal moet er op deze werkplekken een voldoende aantal verwarmingstoestellen worden voorzien. Als afwijking hierop vermeldt de regelgeving dat de verwarmingstoestellen binnen mogen worden opgesteld, in lokalen of voorlopige constructies. Dit biedt het personeel de mogelijkheid om zich bij tussenpozen te kunnen verwarmen.
Deze afwijking kan enkel worden toegepast mits voorafgaandelijk akkoord van de vertegenwoordigers van de werknemers in het CPBW of, bij ontstentenis van dit comité, de vakbondsafvaardiging van het personeel.

Bron: Artikel 64-66 Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming

Contacteer ADMB.