Nieuwe voorwaarden voor uitkeringen tijdskrediet

Op 30 december 2011 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 28 december 2011 tot wijziging van de voorwaarden om recht te hebben op onderbrekingsuitkeringen in het kader van tijdskrediet.  Dit besluit beperkt voortaan het recht op uitkeringen zoals was voorzien in het regeerakkoord van december 2011.
De nieuwe voorwaarden voor het recht op uitkeringen gelden voor alle eerste aanvragen of verlengingsaanvragen die ingaan na 31 december 2011, behoudens een paar uitzonderingen die hierna worden verduidelijkt.

1.    Nieuwe regels zijn enkel van toepassing voor het recht op uitkeringen

Er dient meteen op gewezen te worden dat de nieuwe regels enkel betrekking hebben op de voorwaarden en de duur van het recht op uitkeringen ten laste van de RVA.
De voorwaarden om recht te hebben op tijdskrediet, zoals opgenomen in cao nr 77bis, wijzigen (voorlopig) niet. De Nationale Arbeidsraad beraadt zich binnenkort over een eventuele aanpassing van de cao nr. 77bis.

2.     Overzicht uitkeringsvoorwaarden vanaf 2012

Vanaf 1/1/2012 gelden volgende stelsels voor het recht op uitkeringen:

  • algemeen stelsel zonder motief
  • algemeen stelsel met motief zorg en opleiding
  • algemeen stelsel met motief ziek kind
  • eindeloopbaan

In het verleden opgenomen tijdskredietperiodes worden aangerekend.

2.1     algemeen stelsel zonder motief

Een werknemer met 5 jaar loopbaan als loontrekkende en 2 jaar anciënniteit bij de werkgever heeft voortaan recht op onderbrekingsuitkeringen voor:
-    ofwel 12 maanden volledige onderbreking;
-    ofwel 24 maanden vermindering tot de helft;
-    ofwel 60 maanden vermindering met een vijfde;
-    ofwel een combinatie van deze stelsels tot een voltijdse equivalent van 12 maanden.

De voorwaarden van 5 jaar loopbaan als loontrekkende en 2 jaar anciënniteit bij de werkgever gelden niet voor werknemers die hun rechten in het kader van ouderschapsverlof op basis van het koninklijk besluit dd. 29 oktober 1997 voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput en die onmiddellijk aansluitend op dat ouderschapsverlof, hun arbeidsprestaties volledig schorsen of verminderen.

Periodes van tijdskrediet die genomen worden door de werknemer na de periode van maximum 12 maanden voltijds equivalent, zijn niet langer gedekt door onderbrekingsuitkeringen tenzij de werknemer een motief kan aantonen (zie hieronder).

2.2     algemeen stelsel met motief zorg en opleiding

De werknemer met 2 jaar anciënniteit bij de werkgever heeft recht op een bijkomend recht op onderbrekingsuitkeringen van maximaal 36 maanden volledige onderbreking, halftijdse vermindering of vermindering met een vijfde:
-    om zorg te dragen voor zijn kind tot de leeftijd van 8 jaar;
-    om palliatieve zorgen toe te dienen;
-    om een zwaar ziek gezins- of familielid bij te staan of te verzorgen;
-    om een opleiding te volgen.

De voorwaarde van 5 jaar loopbaan als loontrekkende geldt hier niet.

Dit bijkomend recht van 36 maanden komt bovenop het recht van 12 maanden algemeen stelsel.  De eventuele periodes met motief ziek kind (zie 2.3), met uitzondering van de eerste 12 maanden, worden in mindering gebracht van deze 36 maanden.  Het betreft kalenderperiodes die niet gerekend worden in voltijdse equivalenten.

2.3    algemeen stelsel met motief ziek kind

De werknemer met 2 jaar anciënniteit bij de werkgever heeft recht op een bijkomend recht op onderbrekingsuitkeringen van maximaal 48 maanden volledige onderbreking, halftijdse vermindering of vermindering met een vijfde:
-    om zorg te dragen voor zijn gehandicapt kind tot 21 jaar;
-    om zijn zwaar ziek kind of een zwaar ziek kind dat deel uitmaakt van het gezin bij te staan of te verzorgen.

Ook hier geldt de voorwaarde van 5 jaar loopbaan als loontrekkende niet.

Het bijkomend recht van 48 maanden komt bovenop het recht van 12 maanden algemeen stelsel zonder motief.  De genoten periodes met motief zorg en opleiding worden in mindering gebracht van de 48 maanden (zie 2.2).  Het betreft kalenderperiodes die niet gerekend worden in voltijdse equivalenten.

2.4    eindeloopbaan

De werknemer met 25 jaar beroepsloopbaan heeft recht op onderbrekingsuitkeringen vanaf 55 jaar in het kader van een vermindering tot de helft en een één vijfde vermindering tot aan de pensioenleeftijd.

Onderbrekingsuitkeringen kunnen toch vanaf 50 jaar genoten worden voor werknemers:
-    die een zwaar beroep hebben uitgeoefend;
-    en op voorwaarde dat het zwaar beroep voorkomt op de lijst van de knelpuntberoepen.

Onder zwaar beroep wordt verstaan het werk in wisselende ploegen, het werk in onderbroken diensten of het werk in ploegenstelsel met nachtprestaties.
Om in aanmerking te komen moet het zwaar beroep zijn uitgeoefend gedurende minstens 5 jaar in de 10 jaar die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving of gedurende minstens 7 jaar in de voorafgaande 15 jaar.

Aanvraagformulieren RVA

De RVA is momenteel bezig met het aanpassen van de specifieke C 61-formulieren.  Die worden eind januari verwacht. 
Voorlopig dienen dus nog de oude formulieren gebruikt te worden.
 

3.    Oude regeling blijft van kracht

De oude regeling blijft onverkort van kracht voor:
-    alle eerste aanvragen of verlengingsaanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die vóór 24 december 2011 werden ontvangen bij de RVA, voorzover de werkgever vóór 28 november 2011 schriftelijk op de hoogte werd gebracht door de werknemer;
-    de werknemer van minstens 50 jaar die reeds uitkeringen genoot in 2011 in het stelsel van tijdskrediet voor oudere werknemers (vermindering met 1/5 of vermindering tot 1/2 vanaf 50 jaar), bij de eerste verlengingsaanvraag na 31 december 2011. In dit geval zal de oudere werknemer die reeds in het stelsel zit en die niet aangevraagd heeft tot aan de pensioenleeftijd, kunnen genieten van de oude bepalingen indien hij een nieuw aanvraagformulier met de pensioenleeftijd als einddatum indient.

Wat betreft de aanvragen die een aanvang nemen vóór 1 januari 2012 blijven de oude bepalingen van toepassing ongeacht of de RVA de aanvragen ontvangen heeft voor of na 24 december 2011.

4.    Niet van toepassing op thematische verloven   

De wijzigingen voorgesteld in het regeerakkoord hebben geen gevolgen voor de reglementering van de thematische verloven, zijnde ouderschapsverlof, palliatief verlof en verlof om medische bijstand van een zwaar ziek gezins- of familielid.
De verplichting om het ouderschapsverlof uit te breiden tot 4 maanden, op basis van een Europese richtlijn, werd opgenomen in het regeerakkoord.  Ten laatste in maart 2012 dient dit wettelijk geregeld te zijn.

Bron: Koninklijk Besluit dd. 28/12/11 tot wijziging van het KB van 12/12/01 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10/8/01 betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, B.S. 30/12/11, editie  5.

Contacteer ADMB.