Recht op brugpensioen (SWT) wordt vastgeklikt

Op 4 oktober verscheen een koninklijk besluit dat de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden voor het brugpensioen nog maar eens wijzigt. Het zogenaamde vastklikprincipe, waarvan al een tijdje sprake, wordt ingevoerd en het brugpensioen op 58 jaar voor zware beroepen blijft behouden.

Vastklikprincipe

Om werknemers langer aan het werk te houden zijn de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden voor het brugpensioen verstrengd. De overgangsregeling wordt over meerdere jaren gespreid en de drempels worden stelselmatig verhoogd. Dit kon tot gevolg hebben dat een werknemer die op een bepaald ogenblik aan de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarde voldeed maar in dienst bleef, later het recht op brugpensioen weer verloor.

Voorbeeld:
In een bepaald PC voorziet een sectorale CAO (geldig t.e.m. 31.12.13) voor vrouwelijke werknemers in een stelsel van brugpensioen op 58-jarige leeftijd met een anciënniteit van 35 jaar. Een werkneemster voldoet in 2013 aan deze voorwaarden en wordt opgezegd met het oog op brugpensioen. Door ziekte wordt haar opzeggingstermijn verlengd tot in 2014. Doordat de anciënniteitsvoorwaarde op 1.1.14 stijgt naar 38 jaar, zou deze werkneemster volgens de oude regeling slechts met brugpensioen kunnen gaan indien zij op het einde van de opzeggingstermijn een anciënniteit van 38 jaar kan bewijzen.

Het KB van 20 september 2012 sluit dergelijke situaties uit voor het brugpensioen op 60 jaar en het brugpensioen op 58 jaar - algemeen stelsel. Wanneer aan de vereiste leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden wordt voldaan, kan het recht op brugpensioen worden “vastgeklikt”. De werknemer zal later op basis van dit vastgeklikte recht wel nog met brugpensioen kunnen gaan, zelf al is de CAO ondertussen verstreken en ook al voldoet hij niet aan de op dat moment geldende voorwaarden.

Voorbeeld: 
In het hierboven vermeld voorbeeld zal de werkneemster ook in 2014 of later recht hebben op brugpensioen, indien zij in 2013 de leeftijd van 58 jaar en de anciënniteit van 35 jaar had bereikt.

Het volstaat dat op een welbepaald ogenblik de op dat moment geldende leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarde samen vervuld zijn om er later te kunnen op terugvallen. De ontslagdaad moet op dat moment zelfs nog niet gesteld zijn. Een voorwaarde is wel dat de werknemer ontslagen wordt door de werkgever die hem tewerkstelde toen hij aan de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden voldeed.

Voorbeeld:
In een bepaald PC voorziet een sectorale CAO (geldig tot 31.12.14) voor mannelijke werknemers in een stelsel van brugpensioen op 58-jarige leeftijd met een anciënniteit van 38 jaar. Een werknemer bereikt deze leeftijd en anciënniteit in 2014 maar wordt pas ontslagen in 2015. Op 1 januari 2015 worden de voorwaarden opgetrokken tot een leeftijd van 60 jaar en een anciënniteit van 40 jaar. De werknemer zal na het einde van zijn opzeggingstermijn met brugpensioen kunnen gaan, ook al is hij nog geen 60 jaar of heeft hij geen 40 jaar anciënniteit.

De werknemer kan aan de RVA vragen om te attesteren dat hij voldoet aan de leeftijds-en anciënniteitsvoorwaarden. Deze aanvraag kan ten vroegste op de dag dat hij de leeftijdsvoorwaarde bereikt heeft. Bovendien kan dit vastklikken enkel voor het brugpensioen op 60 jaar en het brugpensioen op 58 jaar – algemeen stelsel.

Brugpensioen op 58 jaar voor werknemers met een zwaar beroep

Sinds 2010 is brugpensioen op 58 jaar met een anciënniteit van 35 jaar mogelijk voor werknemers met een zwaar beroep. De werknemer moet dan minstens 5 jaar in de loop van de laatste 10 kalenderjaren of 7 jaar in de loop van de laatste 15 kalenderjaren een zwaar beroep hebben uitgeoefend.

De toegang tot dit stelsel was eveneens verstrengd. Als overgang zou de vereiste leeftijd de komende jaren geleidelijk aan worden opgetrokken van 58 tot 60 jaar en de anciënniteit van 35 tot 40 jaar. Die verzwaring van de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden is nu opgeheven. De leeftijdsgrens voor brugpensioen op grond van een zwaar beroep blijft 58 jaar en de anciënniteit 35 jaar. Er rest wel nog altijd de vereiste dat een sectorale of ondernemings-CAO dit brugpensioenstelsel invoert.

Bron:
Koninklijk besluit van 20 september 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (BS 4 oktober 2012).

Sitemap