Vierde Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de social- /non-profitsectoren

Na lang onderhandelen bereikten de sociale partners en de Vlaamse regering op 23 september 2011 een ontwerp van nieuw sociaal akkoord voor de Vlaamse socialprofitsectoren. Op 2 december 2011 volgde de ondertekening, waardoor het vierde Vlaams Intersectoraal Akkoord (kortweg VIA 4) een feit werd.
Dit akkoord geldt, zoals gebruikelijk, voor een periode van 5 jaar. Het akkoord heeft ondermeer  betrekking op medewerkers uit de zorg voor personen met een handicap, de bijzondere jeugdzorg, de kinderopvang, de beschutte en sociale werkplaatsen, de gezinszorg,...
Voorlopig is het nog steeds wachten op verdere uitvoering. Hieronder bespreken we alvast in vogelvlucht de inhoud van het akkoord.

Budget
Voor het totale pakket aan maatregelen werd een budget van 210,5 miljoen euro vrijgemaakt. Dit budget geldt voor zowel de openbare als de private social profit.
Het akkoord probeert in te spelen op de actuele noden in de zorgsector en probeert aldus om de vergrijzingsproblematiek, de werkdruk, de koopkracht,... aan te pakken.

Intersectorale kwaliteitsmaatregelen
Managementondersteuning
Het akkoord spoort aan om op ondernemingsniveau een modern en competentiegericht HR-beleid te ontwikkelen. De organisaties zullen hiertoe een budget ontvangen dat zij autonoom kunnen inzetten in functie van de uitbouw en het optimaliseren van bepaalde actielijnen van een modern HR-beleid. Deze actielijnen worden opgesomd in het akkoord, bv. een leeftijdsbewust personeelsbeleid, de loopbaanbegeleiding van medewerkers,... Aanvullend wordt een intersectorale ondersteuning  voorzien. Verso zal hiertoe een actieplan uitwerken dat in een ondersteuningsaanbod t.a.v. kleinere ondernemingen zal voorzien.

Functieclassificatie
Er wordt een nieuwe intersectorale functieclassificatie uitgewerkt op basis van het model en de methode ontwikkeld door het Instituut voor Functieclassificatie. De uitwerking zal gebeuren door een paritair beheerde structuur.

Combinatie arbeid en gezin
Harmonisering 2,5 conventionele verlofdagen 35-44 jaar
In de sector beschutte werkplaatsen worden 2,5 conventionele verlofdagen ingevoerd voor het doelgroep- en omkaderingspersoneel.

Harmonisatie en verbetering van de sectorale stelsels tijdskrediet en loopbaanvermindering
De sociale partners engageren zich om in alle VIA-sectoren in een sectorale CAO te voorzien waarin het recht wordt bepaald op voltijds of halftijds tijdskrediet voor 5 jaar gedurende de loopbaan, waarvan het tweede jaar na ten vroegste 5 jaar anciënniteit, het derde jaar na ten vroegste 10 jaar anciënniteit en het vierde en vijfde jaar na toestemming van de werkgever.

Mogelijkheid tot 3 weken aaneensluitende vakantie
De werkgeversfederaties roepen op om zoveel mogelijk in te gaan op de vraag van medewerkers die wensen om 3 weken aaneensluitende vakantie op te nemen.

Arbeidsvoorwaarden
Stabiliteit in arbeidsovereenkomsten
Wanneer er extra tewerkstellingsuren in de organisatie beschikbaar komen, komen de sociale partners overeen om voorrang te geven aan deeltijdse werknemers die hun arbeidsduur wensen te verhogen. Daarnaast roepen de werkgeversfederaties op om werknemers met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur voorrang te geven bij de aanwerving voor een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.
In beide gevallen dient er rekening gehouden te worden met de gevraagde competenties en de organisatorische vereisten.

Screening werkdrukproblemen
Door de overheid en de sociale partners wordt een screening opgezet om de werkdrukproblemen in kaart te brengen. Op basis van de resultaten zal men proberen om mogelijke oplossingen en prioriteiten in kaart te brengen met het oog op verdere besluitvorming.

Versterking arbeidsvolume
Het grote probleem in de social profit is het tekort aan medewerkers. De sociale partners en de overheid zullen onderzoeken hoe het arbeidsvolume verhoogd kan worden. Men voorziet om in het voorjaar 2014 voorstellen te formuleren.

VTO
Opleiding en vorming, instroom en doorstroom
De sector erkent het belang van opleiding en vorming om de instroom en doorstroom in de VIA-sectoren te garanderen. Zowel de overheid als de sociale partners beloofden engagementen. Jaarlijks zal geconcretiseerd worden waar en voor welke functies voldoende opleidingscapaciteit nodig is én kan voorzien worden. Bij dit overleg zullen ook opleidingsverstrekkers betrokken worden, VIVO zal een coördinerende rol opnemen.
De uitbreidingsmiddelen van het budget zullen ingezet worden om opnieuw instroom voor werkzoekenden te voorzien via opleidingen polyvalent verzorgende/zorgkundige en verpleegkunde voor een totaal van 850 opleidingsplaatsen. Bijkomend wordt er een capaciteitsstijging voor de opleidingen verpleegkundigen voorzien van 100 opleidingsplaatsen voor werkzoekenden.
De VDAB wordt ingeschakeld om de opleidingsmogelijkheden, inzonderheid voor polyvalent verzorgende/zorgkundige en verpleegkundige te stimuleren.

Actualiseren van de vormings- en opleidingsmogelijkheden voor werknemersafgevaardigden
Er wordt een engagement voorzien om in alle VIA-sectoren in een sectorale CAO te voorzien waarin een krediet van 20 dagen op 4 jaar per effectief mandaat wordt bepaald.

Kwalitatieve versterking werknemersvertegenwoordiging
Er wordt een stelsel van syndicale premies ingevoerd voor de sectoren waar op vandaag geen stelsel bestaat (PC 331, vlaamse welzijns- en gezondheidssector).
Er wordt daarnaast een harmonisatie opgebouwd tussen de sectorale stelsels en de VIA-sectoren.

Een verantwoorde inzet van gemeenschapsmiddelen voor zorg en welzijn
De overheid draagt de verantwoordelijkheid om zorg en welzijn te voorzien voor de bevolking en dit op basis van gemeenschapsmiddelen. De overheid engageert zich om duidelijk te stellen dat het uitkeren van winst aan aandeelhouders geen kerndoelstelling kan zijn van de door de overheid gesubsidieerde zorginstellingen. Daarnaast wordt benadrukt dat de met gemeenschapsmiddelen verstrekte dienstverlening moet voldoen aan overeengekomen kwaliteitseisen.
In het kader van thuishulp en thuiszorg bevestigt de Vlaamse regering haar standpunt dat prestaties die worden gedekt door het protolakkoord van 14/12/2009 niet kunnen worden geleverd door personen met dienstencheques, noch door personen die hoofdzakelijk huishoudelijke en logistieke taken vervullen.

Intersectorale maatregelen koopkracht
Tweede pensioenpijler
Vanaf 2011 zal er vanuit de sectorale Fondsen voor Bestaanszekerheid een door de sociale partners vast te stellen bijdrage voor het pensioenfonds gestort worden.

Opbouw van eindejaarstoelage naar 13de maand
Een subsidieregeling voor 2012 en vanaf 2013 werd vastgelegd voor de diverse subsectoren.

Sectorale maatregelen kwaliteit
Per subsector werden enkele maatregelen opgesomd in het akkoord. Deze allemaal overlopen heeft, wegens het voorlopig ontbreken van uitvoerings-CAO’s, weinig zin.
Hieronder wel enkele opvallende maatregelen.

Sector Gezinszorg (PC 318)
Alle prestaties op zon- en feestdagen worden vanaf de aanvang van de maatregel gesubsidieerd aan 167% in plaats van 160%.
Het budget verplaatsingsvergoedingen wordt verhoogd.
Verzorgenden in de thuiszorg moeten, op basis van hun beroepservaring en mits een aanvullende opleiding, een definitieve registratie als zorgkundige kunnen bekomen.

Sector Gehandicaptenzorg (PC 319)
Er worden 260 VTE voor werkdrukvermindering voorzien.
Het werknemersstatuut PAB/PGB assistenten zal verbeterd worden.
Het forfait personeelskosten wordt opgetrokken.

Sector Jongerenwelzijn (PC 319)
Er wordt voorzien in jobcreatie.

Sector Kinderopvang (PC 331)
Een volwaardig werknemersstatuut onthaalouders staat op het programma.
Er wordt voorzien in werkdrukvermindering in de 3 werkvormen kinderopvang (erkende en gesubsidieerde kinderdagverblijven, de diensten opvanggezinnen en de initiatieven buitenschoolse opvang).

Sector Sociale economie (PC 327 en PC 329)
In PC 329 wordt een sectoraal vormingsfonds opgericht. In PC 327 wordt het sectoraal vormingsfonds versterkt met een extra budget.
In PC 327 wordt voorzien om een premie van 6% per uur te betalen voor onregelmatige prestaties en een premie van 15% per uur voor weekendwerk.

Monitoring en evaluatie
In het akkoord wordt ook nog voorzien hoe de maatregelen zullen worden opgevolgd. Er zal bv. een administratieve werkgroep de effectieve uitvoering van de verschillende maatregelen opvolgen.
De opvolging en evaluatie van het akkoord gebeurt jaarlijks door een centrale evaluatiegroep.

Bron: Vierde Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de social-/ non-profitsectoren voor de periode 2011 tot 2015

Contacteer ADMB.